| Neocat Britten | ![]() |
Experimenten in de kattenfokkerij
Klaas van der Wijk is keurmeester en kattenkenner bij uitstek. Hij heeft al vele publicaties op zijn naam staan. Hieronder kunt u lezen hoe de diverse kattenrassen zijn ontstaan en wat we in de toekomst mogelijk nog kunnen verwachten.
Cypers, Angora en Pers Eeuwenlang werden katten alleen maar gehouden als gezelschapsdier en om ongedierte zoals ratten slangen en muizen te bestrijden. De meeste katten waren kortharig en voorzien van een mackerel tabbypatroon. 'Cyperse katten' was de algemene term voor deze katten. Vanuit Turkije kwamen in de zeventiende eeuw via handelsreizigers de eerste langharige katten naar Europa; eerst naar Frankrijk en van daaruit naar Engeland. Deze Angorakatten waren (en zijn nog steeds) vrij elegant van lichaamsbouw en hoewel de vacht langharig was, vertoonde deze vacht bij lange na niet de weelderige kwaliteit en lengte van de tegenwoordige Perzen. Ook de lichaamsbouw van de tegenwoordige Perzische kat is totaal verschillend van de oorspronkelijke Angorakat. Deze verandering in lichaamsbouw en vacht is het resultaat van experimenten, die vooral Engelse kattenfokkers hebben bewerkstelligd door met verschillende rassen te experimenteren. Bovendien heeft men dit resultaat weten te bereiken door in elke generatie die dieren te selecteren die het meest aan het gewenste fokdoel beantwoordden.
Poligenen In feite was men zonder het te weten bezig met het vastleggen van poligenen. Poligenen zijn genen die de vloeiende gradaties zonder duidelijke begrenzingen van zekere kenmerken beïnvloeden, bijvoorbeeld lichaamsbouw, kleur en aftekening. Hun invloed kan niet worden teruggevoerd op een enkel verantwoordelijk gen; poligenen werken altijd samen. Dit alles is gebeurd lang voordat men enig idee van genetica had. Maar men had wel verstand en gevoel voor fokken. Dat gevoel voor fokken hebben mensen altijd al gehad. Denk maar eens aan het bijbelse verhaal over Jacob. Jacob was een schaapherder die voor zijn schoonvader werkte maar geen loon kreeg. De kudde die Jacob beheerde, bestond uit een groot aantal witte en enkele zwarte schapen. Op een bepaald moment sprak hij met zijn schoonvader af dat in het volgende seizoen alle zwarte lammeren zijn eigendom zouden zijn en dat de witte lammeren voor zijn schoonvader zouden zijn. Met Jacobs ervaring en inzicht in fokken liet hij natuurlijk alleen die zwarte rammen de schapen dekken die waren voortgekomen uit twee zwarte ouders! Dat verhoogde de kans op een fokzuivere zwarte ram die alleen maar zwarte nakomelingen kon verwekken. Zo kreeg hij het gewenste resultaat.
Fingerspitzen gefühl Ook sommige kattenfokkers hebben in het verleden inzicht en gevoel voor fokken getoond zonder dat ze de erfelijkheidswetten kenden. De Duitsers noemen dit het Fingerspitzen gefühl. Toen er kattententoonstellingen in Engeland werden gehouden aan het einde van de negentiende eeuw, werd het ook belangrijk om criteria vast te leggen waaraan het dier moest voldoen. Zo ontstond het idee van rassen. Om de raskenmerken vast te leggen werd er een standaard geschreven voor elk afzonderlijk ras. Toen moesten er ook stamboeken worden opgericht om de afstammingen te registreren.
Wat is een ras? Maar wanneer spreken we eigenlijk van een kattenras? Een ras is een verzameling katten met een specifieke, unieke lichaamsbouw, kleurpatroon, haartype en/of geografische herkomst. Vaak worden kleuren en kleurpatronen beschouwd als een variëteit, een ondersoort, van een ras maar niet altijd (bijvoorbeeld de Ragdoll en de Snowshoe kat). Hoe komt een nieuw kattenras eigenlijk tot stand? 1. Allereerst door een nieuwe mutatie die een bijzonder fenotype oplevert, bijvoorbeeld de verschillende Rexenrassen, de Scottish Fold en de Sfynx. 2. Door recombinatie van mutanten. Vroeger ontstonden deze rassen meestal door toeval, tegenwoordig 'leent' men de gewenste eigenschap (bijvoorbeeld kleur) van het ene ras en brengt deze eigenschap met behulp van genetische kennis over in een ander ras. Die eigenschap kan een lichaamskenmerk, een vachttype of een kleur zijn. Meestal resulteert dit proces zich in kleurvarianten zoals de kleuren in de Siamezen, Burmezen en Oosterse Kortharen. 3. Men 'kneedt' bepaalde poligenen zodanig dat er een aparte vorm ontstaat. Er komt geen recombinatie of mutatie aan te pas. Men selecteert voortdurend op die dieren die de gewenste vorm het meest benaderen. In het verleden is deze methode toegepast bij de creatie van de zogenaamde Pake Face Pers. Het resultaat waren katten met ademhalingsmoeilijkheden en voortdurend tranende ogen.
Poedelkat, Munchkin en minikat Een ander voorbeeld is de Poedelkat. Een Duitse fokster bracht de krullen van de Rex met de gevouwen oortjes van de Scottish Fold samen in een kat en noemde deze creatie Poedelkat. Andere voorbeelden zijn de Munchkin en de minikatjes. Maar kattenfokkers moeten niet gaan knoeien met de normale fysiologie van de kat en deze rassen zouden eigenlijk niet mogen bestaan! Natuurlijk willen fokkers voor hun nieuw gefokte kleur in een bepaald ras ook een officiële erkenning. Daartoe zijn er erkenningregels opgesteld. Bij deze erkenning moeten de fokkers een aantal katten uit verschillende lijnen op een erkenningshow aan uitgezochte keurmeesters tonen. Als deze dieren aan de (voorlopige) standaard voldoen, volgt de erkenning en wordt de voorlopige standaard definitief.
Ook de Britten zijn in feite raskatten die door fokkers zijn gecreëerd. In Engeland ging men uit van mooie, forse, kortharige huiskatten. Om de lichaamsbouw mooi cobby te 'maken' en in de volgende generaties te behouden, paarde men deze katten aan Perzen. Het resultaat was een kortere lichaamsbouw en vaak ook een dichtere vacht. Ook werden er kleuren van de huiskatten in de Perzen gefokt en kleuren van de Perzen in de Britten. De Engelse cattery Pathfinder fokte met Perzen en huiskatten. De fokster, Mrs Woodyfield, was de eerste die parti-colour Perzen en Britten fokte. Deze kleur had ze van de huiskatten 'geleend'. In Nederland is hetzelfde gebeurd met de particolour Britten. Mevr. G. de Kok (cattery van d'Ekster) liet haar driekleurige huispoes door haar blauwe Britse kater dekken. Na enige generaties had zij prachtige driekleur Britten in blauw-crème-wit en zwart-rood-wit van het juiste Brittentype gefokt. De schitterende lilac Britten zijn ook voortgekomen uit experimentele fok. De lilac kleur werd van de lilac Pers 'geleend'. En ook de cinnamon en fawn Brit mag intussen gezien worden. Deze kleuren werden van de oosterse korthaar 'geleend'.
Brynbuboo Little Monarch (1973)
Voorbeelden Dat een ras nooit in zijn verschijningsvorm stil staat, kunt u zien op bijgaande foto's. Op foto één (hierboven) ziet u Engelands eerste Grand Champion, Brynbuboo Little Monarch (1973). Je kunt zien dat hij een prachtige dichte vacht heeft, maar zijn koptype is niet zo mooi als de kopvorm van onze tegenwoordige top blauwe Britten. Op foto twee (hieronder) ziet u Frits van Eden in de jaren zeventig (1974) met zijn silvertabby kater Genji from Salomo's Garden. In die tijd waren de meeste Silvertabby's nog veel te elegant van lichaamsbouw en te spits van kop, met grote puntige oren. Frits van Eeden aarzelde niet om zijn silvertabby poes door een blauwe Brit van uitmuntend type te laten dekken. Ook zijn er in de silvertabby's Perzen en Exotic shorthairs gebruikt om het type te verbeteren. Ikzelf heb mijn silvertabbypoes met een vage tabbytekening en een te elegant type door een zwarte Brit met een niet zo sterke oogkleur maar met een prachtige vachtkwaliteit en een cobby lichaamsbouw laten dekken. Natuurlijk verlies je op deze manier belangrijke zaken in de eerste generatie. Meestal, maar niet altijd, was het de groene oogkleur van de silvertabby die verloren ging. Bovendien kon men in de volgende generatie niet erg mooie smoke's verwachten.
Frits van Eeden met Genji from Salomo's Garden (1974)
Inventieve fokkers Maar een echte fokker weet natuurlijk heel goed dat niet elk kitten dat hij fokt een tentoonstellingskat zal zijn. Maar als er in zo'n nest een kitten voorkomt dat aan de verwachtingen voldoet, heeft men geluk. Zonder inventieve fokkers, die er niet tegenop zagen om risico's te nemen zou ons raskattenbestand van tegenwoordig er heel anders uitzien. Bij de experimentele fok ontkomt men ook niet aan lijnteelt en soms ook niet aan inteelt. Het is jammer dat voor veel mensen inteelt en lijnteelt gelijk opgaan met zwak en ziek. Veel problemen en eigenschappen komen juist tot uitdrukking door inteelt.
Eigenschappen die door outcross verborgen blijven, maar heel belangrijk kunnen zijn voor een ras en die men beter kan weten om er in volgende generaties rekening mee te houden. Want veel eigenschappen vererven recessief, dat wil zeggen, ze komen pas tot uitdrukking als ze van zowel de vader als de moeder komen. Als men deze eigenschappen kent, kan men in het geval van de negatieve eigenschappen beide ouders van verdere fok uitsluiten en in geval van positieve eigenschappen, de ouderdieren als extra waardevol voor het ras gaan beschouwen. Inteelt en lijnteelt kan de fokker een duidelijker beeld geven van de fokmogelijkheden van zijn dieren, want niet alleen de negatieve eigenschappen komen tot uitdrukking, ook de positieve! En daar kan men gebruik van maken en voor de volgende generaties vastleggen.
Black and tan Als u een voorproefje wilt hebben van de mogelijkheden die er nog zijn voor de experimentele fokker, gaat u dan eens kijken op een kleindiertentoonstelling. Wat zou u denken van een kat in de kleur black and tan? Deze kleur komt bij de konijnen voor. De rug, heupen, kop en staart zijn gitzwart, gecombineerd met een warme taankleurige buik. En deze kleur kun je ook nog eens in verdunningen hergroeperen. Ik denk dat de black and tan als mutant in het Abessijnse ras zou kunnen ontstaan. Door oplettendheid zouden fokkers zo’n mutant kunnen opmerken en door selectief fokken -waardoor poligenen gemanipuleerd en vastgelegd worden- kunnen ook in de toekomst nieuwe rassen in de kattenfokkerij ontstaan.
|