| Neocat Britten | ![]() |
Fokmethoden
Door Klaas van der Wijk
Fokken is niet zomaar een kunstje. Om goed en verantwoord te fokken komt er nog heel wat kijken. Keurmeester en kattenkenner Klaas van der Wijk schreef voor NB onderstaand artikel over de diverse fokmethoden.
Een dekkater Enige tijd geleden had ik een lang gesprek met een Brittenfokster. Ze vertelde dat ze al enige jaren bezig was met de fok van Britten en dat ze hoe langer hoe meer betrokken raakte bij deze fascinerende hobby. Ze was zelfs zo ver gegaan, met toestemming van haar partner, om een deel van het huis voor de katten in te richten. Bovendien had ze haar tuin met schrikdraad afgeschermd zodat haar katten niet zouden gaan zwerven maar toch van 'vrijheid' en frisse lucht konden genieten. Nu dacht ze erover een dekkater aan te schaffen en daarover ging ons gesprek.
(NB: Minimale eisen voor een dekkater met beperkte bewegingsvrijheid zijn 6 m² binnenruimte en mogelijkheid voor een buitenren of balkonren. Bovendien licht en frisse buitenlucht en attributen om verveling tegen te gaan, verwarming, een krabpaal en zo mogelijk gezelschap.)
Hobby Hoe was deze hobby eigenlijk begonnen? Vijf jaar geleden kocht ze een blauw Britje bij een bekende fokker. Om een tweede katje te bezitten, besloot ze om één keer een nestje te fokken. Toen ze samen met haar man de grote tentoonstelling in Utrecht bezocht, ontdekte ze daar een kater die er ongeveer net zo uitzag als haar poes. Een mooie, lichte vacht, donkere oogkleur, cobby lichaam en mooie, kleine, goed geplaatste oren. In de stamboom van de kater en haar poes was geen overeenkomst in voorouders te bekennen. Katereigenaar en poezeneigenaar spraken af dat de poes op de derde dag van de krolsheid bij de kater zou worden gebracht. Alles verliep zoals was afgesproken. De poes werd na de eerste dekking drachtig en er werd een nestje van vijf kittens geboren, twee katers en drie poezen. Helaas was de kwaliteit van de kittens nogal verschillend. De katertjes vielen ronduit tegen; lijfjes nogal lang, vachtjes niet mooi egaal blauw door een niet doorgekleurde ondervacht en zware ghostmarkings. Ook was de vacht zacht en pluizig van structuur. Eén poesje zag er echt wel mooi uit en dat behield ze.
Showen Intussen was de belangstelling van mevrouw voor de Britten en het kattenwereldje wel gestegen. Ze las boeken, werd lid van Neocat en bezocht voor de eerste keer een tentoonstelling. Het jongste poesje nam ze mee en bracht ze uit in de klasse 6-9 maanden. In een klasse van zes kittens kreeg ze een U en een aardig keurrapport van een keurmeester die zelf Britten fokt maar een U1, 2 of 3 zat er blijkbaar niet in. Toen ze zes maanden later moeder en dochter in de Open klasse uitbracht, behaalde de moeder CAC en de dochter een 'kale' U (geen U2 of U3) in een klasse van vijf poezen. Hieruit bleek dat ze in feite niet vooruit was gegaan in haar fokkerij. Goede raad was duur. Ze nam contact op met de fokker van haar eerste poes en vroeg hem om advies want ze had inmiddels de smaak van het fokken en exposeren te pakken gekregen en ze wilde hogerop.
Advies van de fokker Deze fokker adviseerde haar om een mooie gezonde PKD- HCM-geteste kater uit dezelfde lijn als haar eerste poes te nemen als ze weer een nestje wilde gaan fokken. Dat deed ze. Het resultaat was een heel mooi, regelmatig nestje van vijf kittens. Weer twee katers en drie poezen. Dit keer was het heel moeilijk om uit de drie poesjes een keuze te maken. Ze vroeg de hulp van een ervaren Brittenfokster en samen kwamen ze tot de conclusie dat één poesje toch wel heel bijzonder was. Toen ze later op een tentoonstelling met dit poesje een CAC en een best in variëteit en zelfs een best in ras behaalde kon ze haar geluk niet op.
Outcross En zo begon een onverwachte hobby, die ondertussen tot enige nesten en succes op shows had geleid. Steeds bleef ze het advies van de fokker van haar eerste poes volgen en bleef ze binnen de familie van haar katten fokken. Een keer deed ze een volledige outcross, omdat ze de oren van haar katten iets aan de grote kant vond.
Ze besloot om een van haar poezen door een blauwe exotic korthaar te laten dekken. Dit zou haar kleinere oren en een verbreding van de ‘genenpool’ brengen. Ze vond een Perzenfokster die bereid was aan het experiment mee te werken en na toestemming van de stamboekcommisie (vooraf schriftelijk en met redenen omkleed aan te vragen) te hebben verkregen, werd de poes bij de blauwe exotic kater gebracht.
Onderbeet Na verloop van tijd werden er twee blauwe katertjes geboren met pluizige vachtjes, korte lijfjes en een duidelijke stop in het profiel. Dit was dus ook niet het beoogde doel. Het ene katertje werd gecastreerd en aan liefhebbers verkocht; het andere katertje hield ze aan. Toen echter na zes maanden bleek dat hij wat vacht en type lang niet perfect was en bovendien een duidelijke onderbeet vertoonde, werd het diertje gecastreerd en vond het een tehuis bij haar dochter.
Een eigen dekkater Maar hoe nu verder? Ze had besloten dat ze een eigen dekkater wilde hebben, een kater die de fouten van haar poezen kan verbeteren, gezond en lief is, maar die geen fouten inbrengt die er nu niet inzitten. En daarover ging ons gesprek. Ik stelde haar voor dat ze haar 'kijk op het ras' zou checken aan de hand van de rasstandaard en door al zijn onderdelen te bestuderen er zeker van te zijn dat haar eigen opvattingen over het ras dezelfde zijn als de rasstandaard voorschrijft.
Catteryblind Het is o zo gemakkelijk om ras- en catteryblind te worden en die zaken die bij de eigen katten voorkomen als juist te beschouwen terwijl die in feite indruisen tegen datgene wat er in de standaard staat geschreven. Het is een bekend feit dat er fokkers – en keurmeesters- zijn, die zo catteryblind zijn dat ze alleen dieren uit hun eigen cattery mooi vinden maar die niet precies aan de standaard voldoen. Het is van groot belang voor een fokker om exact te weten wat juist is in zijn ras. Als hij tenminste topdieren wil fokken en niet alleen wil vermeerderen. Bij het kritisch kijken in binnen- en buitenland op tentoonstellingen en bij fokkers thuis, heeft de fokster haar keuze tot drie cattery’s weten terug te brengen. Ze meent dat een kater uit één van deze cattery's, die serieus met gezondheid, verzorging en testen omgaan, de verbetering in haar fokkerij zou kunnen brengen, zonder het risico te lopen fouten in te brengen die ze niet wil. Door tijdig haar wensen kenbaar te maken, kan ze uit deze cattery’s een kater kopen. In deze cattery's groeien de kittens op in de huiskamer, waar ze vanaf hun geboorte gewend zijn aan de normale huiselijke geluiden. Op die manier opgevoed zullen de kittens geen schuwe, angstige katten worden. Toch wil ze van mij weten waar ze op moet letten bij het uitzoeken en de aankoop van een kitten dat als dekkater bedoeld is.
Gok Een kitten kopen blijft altijd een gok. Je weet nooit of het harmonieuze kitten ook tot een harmonieuze kater zal uitgroeien. Blijft de verhouding tussen lichaam en kopvorm intact of zal het ene lichaamsdeel ten opzichte van het andere in de groei achterblijven? Blijft de vacht mooi egaal licht blauw van kleur of zal de vachtkleur vlekkerig worden? Zullen de ghostmarkings verdwijnen, of zullen ze duidelijk zichtbaar blijven? Enzovoort, enzovoort.
Toch zijn er enige zaken waar we wel degelijk ons voordeel mee kunnen doen als we een kitten beoordelen.
Afstamming Het eerste waar we op moeten letten is de afstamming. Het is van groot belang te informeren naar de gezondheid van de voorouders. Vraag bij fokkers na wat hierover bekend is. Van oudere katten zijn er natuurlijk geen PKD- en HCM- testen bekend, maar een indicatie kan de leeftijd bij overlijden van deze voorouders zijn. Let niet alleen op de prachtige titels die ouders en voorouders hebben behaald; veel belangrijker is een goede vererving. Afstamming is heel belangrijk. Ga bij voorkeur niet totaal uit de lijn van je eigen poezen.
Een uitmuntende, goed verervende, gezonde en mooie voorouder in de derde generatie die bij beide toekomstige ouderdieren voorkomt kan veel voordeel voor de toekomst bieden. Afstamming bestuderen en voorouderonderzoek zijn dus heel belangrijk, vooral in verband met de gezondheidstoestand van de toekomstige kittens!
Uiterlijk Als dat allemaal in orde is, kunnen we ons met het uiterlijk van het dier bezighouden. De eerste dieren die we nog kunnen bekijken zijn de ouders zelf. Deze kunnen ons informatie geven over het toekomstige uiterlijk van het kitten. Bijvoorbeeld: hoe is de lichaamskleur, oogkleur, vachtkwaliteit op volwassen leeftijd? Zijn het lieve betrouwbare, niet schuwe dieren? Enzovoort, enzovoort.
Rasstandaard Als laatste kunnen we heel zorgvuldig alle onderdelen van de rasstandaard nalopen en vergelijken met het aan te kopen kitten. Het lichaam van de Brit moet gespierd, massief en compact zijn, middelmatig groot tot groot van postuur, een korte rechte rug en een sterke, diepe borst. De poten zijn kort, recht, stevig en gespierd. De voeten zijn fors en rond van vorm.
De kop is rond met brede jukbeenderen en een ronde schedel. De neus is kort en recht en breed. De kin is breed, vol en stevig. Het gebit moet sluitend zijn. De oren zijn klein, rond en breed aan de basis. De ogen zijn open, rond van vorm en ver uit elkaar en horizontaal geplaatst. De nek is kort en dik. De vacht is kort, dicht ingeplant en veerkrachtig. De vacht voelt stevig aan. (Klik hier voor de volledige rasstandaard, red.)
Ik hoop dat de toekomstige dekkatereigenaar een goede keus zal maken en dat het kitten dat ze uiteindelijk uitzoekt, zal uitgroeien tot een uitmuntende vertegenwoordiger van het ras en dat hij schoonheid koppelt aan gezondheid en karakter.
Aanhangsel In het artikel kan men drie (vier) fokmethoden herkennen: A) like to like fokken B) inteelt C) lijnteelt D) outcross
A) Like to like breeding: uiterlijke gelijkheid kruisen met uiterlijke gelijkheid. De resultaten kunnen mee- of tegenvallen. Door selectie in alle volgende generaties kan men in de loop van de generaties de kwaliteit van de kittens verbeteren.
B) Inteelt: dit is het paren van nauw verwante dieren, bijvoorbeeld broer x zus, halfbroer x halfzuster, vader x dochter of moeder x zoon. Inteelt is dé manier om nuttige eigenschappen in een ras vast te leggen. Het is ook een manier om slechte, recessieve eigenschappen zichtbaar te maken. In het laatste geval kan men de ouderdieren uitsluiten van de fok. Om katten te krijgen die zo goed mogelijk aan de standaard voldoen, paren fokkers soms dieren aan elkaar die (sterk) verwant zijn en dezelfde –voor de show geschikte- eigenschappen bezitten. Na enige generaties heeft men dieren die deze eigenschappen homozygoot (genetisch uniform) bezitten. Je kunt dan vooruit al voorspellen hoe de jongen er uit zullen zien. Het nestje is dan ook meestal gelijkmatig mooi.
C) Lijnteelt: dit is de milde vorm van inteelt, bijvoorbeeld neef x nicht, oom x nicht, tante x neef, grootvader x kleindochter en grootmoeder x kleinzoon. Lijnteelt en inteelt kunnen grote voordelen opleveren maar de beperkte genenpool kan naast de goede eigenschappen ook schadelijke eigenschappen opleveren. Schadelijke eigenschappen zijn o.a. verminderde vruchtbaarheid, verminderde weerbaarheid tegen ziekten en hoge kittensterfte. Maar ook: schadelijke eigenschappen kunnen zichtbaar worden zoals: gespleten gehemeltes, open ruggetjes enz. Door inteelt en lijnteelt kun je slechte eigenschappen elimineren en goede eigenschappen vastleggen. Via internet en gesprekken met fokkers kun je informatie over de te gebruiken foklijn krijgen.
D) Uitkruisen (Outcross): dit kan binnen het ras, maar ook buiten het ras. Als je binnen het ras blijft, ga je op zoek naar een partner die totaal onverwant aan jouw poes of kater is. Als je buiten het ras gaat, ga je wat de Brit betreft, meestal op zoek naar een Pers of exotic korthaar partner voor je poes of kater. Een outcross geeft meestal gezonde dieren (heterosis effect) maar het uiterlijk van de jongen is niet te voorspellen. Na een outcross is het de beste methode om met de resultaten van die outcross weer in de lijn terug te gaan. Voor elke outcross die u maakt, of het buiten het ras is of binnen het ras, geldt: neem altijd topdieren.
Topdieren Dat wil zeggen: als je een Pers neemt voor je Brit, neem dan niet een matige Pers, maar een pers met een prachtige vacht, sluitend gebit, prachtige donkere oogkleur, kort gespierd lichaam enzovoort. Datzelfde geldt ook voor een eventuele exotic korthaar.
Volgens bovenstaande methodes is, zolang als de catfancy bestaat, gefokt. In de eerste helft van de vorige eeuw waren afstanden nog groot. Fokkers bleven in de meeste gevallen fokken met de dieren uit hun eigen regio. Als een foklijn niet langer voldeed –om welke reden dan ook- kon men altijd weer dieren uit een ander land importeren. Helaas zijn bijna alle katten van een ras tegenwoordig (sterk) wereldwijd aan elkaar verwant. Omdat veel raskatten –zoals de Brit- ook sterke verwantschap hebben met andere rassen zijn vele ziekten over vele rassen verspreid. PKD, HCM, Patella luxatie enz. komen in vele raskatten voor.
Fokkers zullen zich in onderling overleg moeten beraden hoe ze deze moeilijkheden kunnen overkomen. Volgens mij zal men gezamenlijk de lijnen moeten traceren die vrij zijn van bovengenoemde erfelijke ziektes. En daarna zal men de lijnen moeten spreiden. Dat wil zeggen: niet allemaal je poes door die ene succesvolle kater laten dekken! Bovendien ben ik van mening, dat je oudere – bewezen gezonde, regelmatig geteste – katers moet koesteren en niet bijvoorbeeld op zesjarige leeftijd al moet laten castreren. Je weet nooit hoe je juist die katers nodig hebt om je ras van de ondergang te redden!
Ik hoop dat dit artikel veel reacties zal uitlokken!
Sophie, lilac poes. Foto door Saskia Brouwer
|